Stel: je rijdt een gebruikte Kia e-Niro, net gekocht als eerste EV, en je moet voor het echt eerste keer aan een publieke laadpaal. Je parkeert, steekt de kabel in, scant je laadpas… en dan?
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Wat er daarna gebeurt, is eigenlijk best ingewikkeld. En dat merk je aan de meningen op forums: van "het werkt perfect" tot "ik staat altijd te wachten bij een kapotte paal." De waarheid zit, zoals zo vaak, er tussenin.
Wat je echt moet weten over laadpalen
Niet alle laadpalen zijn gelijk. Dat klinkt logisch, maar het verschil tussen een normale paal en een snellader is groter dan de meeste mensen denken.
Een standaard publieke paal levert meestal 11 kW. Dat is prima om je auto drie uur te laten hangen bij de supermarkt. Maar als je op pad bent en snel wilt doorrijden, heb je een snellader nodig: 50 kW, 150 kW, soms zelfs 350 kW.
Het probleem? Die snelladers zijn schaarser dan je denkt.
En ze staan niet overal. Langs de snelweg zit je meestal goed met Ionity of Fastned, maar in de stad is het een mix van aanbieders, snelheden en betrouwbaarheid.
Wat me opvalt: veel mensen verwarren "snel laden" met "altijd snel laden." De laadcurve van je auto bepaalt hoe snel je daadwerkelijk laadt. Een Hyundai Kona Electric uit 2020 laadt op een 50-kW-paal niet harder dan 43 kW piek. En na 80 procent valt de snelheid flink terug. Dat is geen fout van de paal, dat is gewoon hoe lithium-ion werkt.
De protocollen: CCS, CHAdeMO en Type 2
De meeste nieuwere EV's in Nederland gebruiken CCS Type 2. Dat is de standaard geworden.
Maar als je een oudere Nissan Leaf koopt — en die zijn populair op de tweedehandsmarkt — zit je op CHAdeMO. Dat is een andere stekker, een ander protocol, en een kleinere laadnetwerk. Niet onmogelijk, maar wel iets om rekening mee te houden.
Type 2 is eigenlijk de basis: het is de aansluiting die je ook thuis gebruikt. Bij publiek laden wordt die vaak gecombineerd met een communicatieprotocol (CCS) dat zegt hoeveel vermogen de paal mag leveren.
Kortom: als je auto CCS ondersteunt, zit je overal goed. Bij CHAdeMO is het slim om je te verdiepen in de juiste laadstrategie voor jouw auto.
Wie zit er allemaal achter die palen?
De grootste spelers in Nederland zijn EVBox, Allego, Ionity, Fastned en een handjevol energiebedrijven. EVBox en Allego doen vooral de normale laadpalen in steden en bij winkels. FastNed, Allego en Ionity vergeleken voor de beste ervaring op snelwegen en lange afstanden. Dan heb je nog lokale netwerken van gemeenten of parkeerbedrijven, die vaak goedkoper zijn maar minder zichtbaar.
Eerlijk gezegd: het landschap is nog steeds een rommeltje. Er zijn tientallen apps, passen en abonnementen.
De laadpas van werkt bij de ene aanbieder, maar niet bij de andere. Roaming — het gebruiken van één pas bij meerdere aanbieders — wordt steeds beter, maar is nog niet naadloos. Dat vind ik trouwens én van de grootste irritaties voor nieuwe EV-rijders.
Wat kost het nou echt?
De prijs per kWh varieert enorm. Een normale publieke paal ligt tussen de 30 en 50 cent per kWh.
Snelladen kan oplopen tot 70 cent of meer, afhankelijk van de aanbieder. Vergelijk dat met thuis laden voor 20 à 25 cent, en je snapt waarom mensen zeggen: "Laden aan de paal is een luxe." Er zijn abonnementen die het goedkoper maken. Sommige energieleveranciers bieden een laadabonnement aan waarmee je tegen een korting laadt bij bepaalde netwerken. Maar let op: die korting geldt vaak alleen bij normale laadpalen, niet bij snelladers.
En de tarieven veranderen regelmatig. Wil je meer weten over publiek laden in Nederland? Wat vandaag 40 cent is, kan over zes maand 45 cent zijn.
De praktijk: wat gaat er mis?
De grootste klachten die ik hoor zijn niet over prijs, maar over betrouwbaarheid. Een paal die offline is.
Een sessie die niet start. Een app die niet verbindt. Dit gebeurt minder dan vijf jaar geleden, maar het gebeurt nog steeds.
Vooral bij oudere laadpalen van kleinere aanbieders zit je soms met een wit scherm en geen oplossing.
Dan is er het probleem van beschikbaarheid. In steden als Amsterdam of Rotterdam zit je overal goed. Maar op het platteland, of in kleinere steden, kan het lastig zijn om een werkende paal te vinden. En als je er een vindt, staat er soms een dieselauto geparkeerd voor. Geen commentaar.
Waar gaat het heen?
De komende jaren worden cruciaal. Er komen meer snelladers, de capaciteit van het elektriciteitsnet wordt uitgebreid, en de overheid duwt aan op standaardisatie.
Smart charging — waarbij je auto automatisch laadt als de stroom goedkoop of groen is — wordt steeds gebruikelijker. En de integratie met zonne-energie maakt laden op termijn niet alleen goedkoper, maar ook duurzamer. Maar de grootste verbetering die ik hoop te zien, is eenvoud.
Minder apps, minder passen, minder uitzonderingen. Eén pas, overal werkend, met een transparante prijs.
We zijn er nog niet. Maar we komen in ieder geval in de buurt.