De vraag die ik elke week krijgt: "Is een elektrische auto echt goedkoper?" De meeste mensen kijken alleen naar de catalogusprijs. Maar de echte vergelijking zit hem in wat je na vijf jaar overhoudt. En daar valt nogal wat mee stiekem door de war geraakt.
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Waar de meeste mensen naast de plavei kijken
Stel: je vergelijkt een nieuwe Dacia Spring met een Renault Zoe uit 2019. De Spring kost bijna €25.000 nieuw.
De Zoe uit 2019 vind je voor €14.000. Op papier wint de Spring.
Maar wacht eens even. De Zoe heeft een reële range van zo'n 250 kilometer. De Spring? In de praktijk vaak minder dan 200.
En als je eens kijkt naar de restwaarde na vijf jaar, dan zie je iets opvallende: de Zoe houdt zijn waarde beter. Die Spring daalt als een steen.
Nieuwe EV's uit 2019 zijn nu al de helft waard. De Zoe uit 2019? Die zakt nog maar langzaam verder. Wat me opvalt is dat mensen te snel denken in "nieuw is beter." Maar in de praktijk betaal je meer voor minder auto.
De vijf grootste kostenposten over vijf jaar
Laten we het concreet maken. Hier zijn de vijf dingen die echt tellen:
1. Aanschafprijs minus restwaarde
Dit is het grootste verschil tussen nieuw en tweedehands. Een nieuwe EV verliest in het eerste jaar al 20-30% van zijn waarde.
2. Energiekosten
Daarna blijft dat doorgaan, maar langzamer. Een Zoe uit 2019 heeft die eerste klap al gehad. Wat overblijft is een auto die nog steeds rijdt als een degelijke EV. Thuis laden via een laadpaal kost je zo'n €0,25-0,35 per kWh. Een snellader onderweg?
Die vraagt €0,50-0,75 per kWh. Gemiddeld rijd je 1.500 km per maand.
Dat maakt het verschil tussen €37,50 en €56,25 per maand. Over vijf jaar: €2.250 tot €3.375. Eerlijk gezegd: als je vaak op snelladers moet vertrouwen, dan is het voordeel van een EV snel weg.
Een Zoe uit 2019 met 80% gezondheidsgraad van de accu is vaak een betere deal dan een nieuwe Spring die je al na twee jaar wilt ruilen. Hier wint de EV altijd.
3. Onderhoud
Geen versnellingsbak, geen uitlaat, geen koppeling. Remmen gaan langer mee door regeneratief remmen.
De grootste post is de accu, maar met BOVAG-garantie zit je meer dan dekking. En een kapotte accu kost al snel meer dan de restwaarde van de auto. Dat is geen risico dat je wilt lopen.
4. Bijtelling
Dit is waar het echt interessant wordt. Bijtelling voor een nieuwe EV is 22% van de catalogusprijs.
Voor een Zoe uit 2019 is dat 16%. Over vijf jaar maakt dat een verschil van zo'n €1.500 tot €2.000 per jaar.
5. Verzekering
Dat is geld dat je anders had kunnen sparen. Verzekeringskosten zijn vergelijkbaar, maar de dekking voor de accu is essentieel.
BOVAG-garantie is geen luxe, het is een must. Want een accuvervanging kost sneller €8.000 dan je denkt.
Een voorbeeld dat het verschil laat zien
Neem twee scenario's. Scenario A: nieuwe Dacia Spring, €25.000, 22% bijtelling, €0,30/kWh thuis laden.
Scenario B: Renault Zoe 2019, €14.000, 16% bijtelling, €0,30/kWh thuis laden. Na vijf jaar: Scenario A: aanschaf €25.000, restwaarde €10.000, energie €2.700, bijtelling €27.500, verwachte onderhoudskosten vergelijken €1.500, verzekering €3.000. Totaal: €49.700. Scenario B: aanschaf €14.000, restwaarde €7.000, energie €2.700, bijtelling €11.200, onderhoud €1.200, verzekering €2.800. Totaal: €28.900.
Dat is een verschil van €20.800. Over vijf jaar. Dat is geen detail.
Wat jij moet onthouden
De totale eigendomskosten van een elektrische auto hangen af van meer dan alleen de aanschafprijs. Restwaarde, bijtelling, energiekosten en onderhoud spelen allemaal mee.
En de grootste post is vaak degene die je niet ziet: wat je overhoudt na vijf jaar.
Wat ik zelf merk is dat de beste deals vaak niet de nieuwste modellen zijn. De Hyundai Kona Electric uit 2019, de Kia e-Niro uit 2018, de Nissan Leaf uit 2017 — die houden hun waarde beter dan je denkt. En ze rijden nog steeds prima.
Dus als je écht wilt weten wat een EV je kost: kijk niet naar de catalogusprijs. Kijk naar wat er overblijft na vijf jaar. Vergeet ook niet de jaarlijkse onderhoudscheck voor je elektrische auto in te plannen; dat is het enige dat echt telt.