Auto kopen

Redactie Redactie
· · 5 min leestijd

Stel: je rijdt 15.000 kilometer per jaar. Benzine staat op €1,80 per liter, en elektriciteit kost je €0,30 per kWh thuis.

Inhoudsopgave
  1. Brandstof vs stroom: de rekening die je niet ziet
  2. Aanschafprijs: waarom een gebruikte EV soms slimmer is
  3. Onderhoud: minder bewegende delen, minder kosten
  4. Belasting en bijtelling: het stille voordeel
  5. Restwaarde: het risico dat je niet ziet
  6. De echte jaarlijkse kosten: een overzicht
  7. Conclusie: elektrisch is goedkoper, maar niet voor iedereen
Inhoudsopgave
  1. Brandstof vs stroom: de rekening die je niet ziet
  2. Aanschafprijs: waarom een gebruikte EV soms slimmer is
  3. Onderhoud: minder bewegende delen, minder kosten
  4. Belasting en bijtelling: het stille voordeel
  5. Restwaarde: het risico dat je niet ziet
  6. De echte jaarlijkse kosten: een overzicht
  7. Conclusie: elektrisch is goedkoper, maar niet voor iedereen

Dan is de cijfermatige conclusie simpel: elektrisch rijden is goedkoper. Maar die simpele som zegt nog niets over de echte kosten. Want het verschil zit hem in de details — en die details maken of je echt bespaart, of dat je denkt te besparen.

Brandstof vs stroom: de rekening die je niet ziet

Een gemiddelde benzineauto verbruikt zes liter per 100 kilometer. Dat is €108 per 100 km.

Een elektrische auto doet het op 17 kWh per 100 km. Thuis laden?

Dan betaal je daarvoor ongeveer €5,10. Het verschil is enorm — bijna €100 per 100 km. Over 15.000 km per jaar is dat een besparing van bijna €1.500 alleen op energie.

Maar wacht even. Die €0,30 per kWh geldt alleen als je thuis kunt laden. En dat is precies waar het misgaat voor veel mensen. Wie in een appartement zit of geen parkeerplek heeft, hangt af van publieke laadpalen.

Die kosten gemiddeld €0,45 tot €0,60 per kWh. Soms meer. En dan is het voordeel ineens een stuk kleiner.

Aanschafprijs: waarom een gebruikte EV soms slimmer is

De aanschafprijs van een nieuwe elektrische auto is nog steeds hoger dan een vergelijkbare benzineauto. Een nieuwe Dacia Spring kost rond de €22.000. Een vergelijkbare benzineauto?

Die vind je al voor €16.000. Dat verschil moet je terugverdienen via lagere brandstofkosten.

Maar kijk eens naar de tweedehandsmarkt. Een Renault Zoe uit 2019 met 60.000 kilometer op de teller vind je voor €14.000 tot €17.000. Die auto heeft een reële range van 250 tot 300 kilometer, afhankelijk van het seizoen en rijstijl.

Voor dat geld krijg je een nieuwe Dacia Spring met een kleinere batterij en minder comfort. De Zoe is simpelweg een betere deal — als je weet waar je op moet letten.

Wat me opvalt is dat veel kopers nog steeds denken in nieuwprijzen. Ze vergelijken een nieuwe EV met een nieuwe benzineauto en concluderen dat elektrisch te duur is. Maar die vergelijking klopt niet. De echte concurrentie zit in de tweedehandsmarkt, waar EV’s sneller in waarde dalen — en dus relatief goedkoop inkoopbaar zijn.

Onderhoud: minder bewegende delen, minder kosten

Een elektrische auto heeft geen versnellingsbak, geen koppeling, geen uitlaatsysteem en geen olie die vervangen moet worden. Remmen slijten minder snel dankzij het regeneratief remmen.

Dat betekent minder onderhoud — en dus minder kosten. Een benzineauto kost gemiddeld €800 tot €1.200 per jaar aan onderhoud.

Bij een elektrische auto ligt dat rond de €300 tot €500. Dat is een besparing van €500 tot €700 per jaar. Niet spectaculair op zichzelf, maar het voegt zich bij de brandstofbesparing.

Eerlijk gezegd is het onderhoud van een EV niet nul. Banden slijten net zo snel, en de 12-volt accu moet ook worden vervangen.

Maar de grote posten — olie, remblokken, uitlaat — vallen weg. Dat maakt het voorspelbaarder. En voorspelbaarheid is geld waard.

Belasting en bijtelling: het stille voordeel

Bij nieuwe elektrische auto’s is de bijtelling nog steeds gunstig. In 2024 betaal je 16% over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde, en 22% daarboven.

Voor een auto van €40.000 is dat een bijtellingspercentage van ongeveer 17,5%. Dat is lager dan bij een vergelijkbare benzineauto. Maar bij gebruikte EV’s wordt het interessanter.

De bijtelling wordt berekend op de actuele waarde, niet de nieuwprijs. Een Zoe van €15.000 levert dus een veel lagere bijtellingskosten op.

Dat maakt een gebruikte EV voor bedrijfrijders soms aantrekkelijker dan een nieuwe. De BPM is bij gebruikte auto’s al voldaan, dus die zit er niet mee in de rekening. En de motorrijtuigenbelasting? Die is voor elektrische auto’s nog steeds nul. Dat bespaart weer een paar honderd euro per jaar.

Restwaarde: het risico dat je niet ziet

Hier wordt het lastiger. Ook als je kijkt naar de beperkingen van een elektrische auto met caravan, is de restwaarde soms lastig in te schatten. Waarom?

Omdat de batterij de grootste waardecomponent is — en die degradeert met de tijd. Een Nissan Leaf uit 2018 met de originele 30 kWh batterij is nu waardeloos als die batterij slecht is. Vervanging kost €6.000 tot €8.000. Meer dan de restwaarde van de auto zelf.

Dat is het grootste risico bij het inkopen van een gebruikte EV. De Hyundai Kona Electric en Kia e-Niro doen het beter.

Die hebben een grotere batterij en betere thermische beheer, waardoor de degradatie langzamer verloopt.

Maar ook daar geldt: check altijd de batterijstatus voor je koopt. Niet de tellerstand, maar de gezondheid van de accu. Dat vind ik trouwens het grootste misverstand op de tweedehandsmarkt.

Mensen kijken naar de kilometerstand alsof het een benzineauto is. Maar bij een EV telt de batterijgezondheid minstens evenveel. Soms meer.

De echte jaarlijkse kosten: een overzicht

Laten we het optellen. Stel: 15.000 km per jaar, thuisladen mogelijk, een gebruikte EV van €16.000.

Brandstofbesparing: €1.500 per jaar. Onderhoudsbesparing: €600 per jaar.

Belastingbesparing: €300 per jaar. Dat is een totale besparing van €2.400 per jaar ten opzichte van een vergelijkbare benzineauto. Maar dan moet je wel de aanschafprijs meenemen.

Als je €4.000 meer betaalt voor de EV, duurt het bijna twee jaar voordat je die terugverdiend hebt. En dan heb je het nog niet gehad over de onzekerheid rond de restwaarde.

Conclusie: elektrisch is goedkoper, maar niet voor iedereen

De cijfers liegen niet. Elektrisch rijden is goedkoper in gebruik — zeker als je de kosten vergelijkt tussen een laadpas en thuis laden en een gebruikte EV koopt.

Maar het is geen no-brainer. Wie geen mogelijkheid heeft om thuis te laden, of wie afhankelijk is van publieke laadpalen, ziet een groot deel van het voordeel verdwijnen. En wie denkt dat een EV altijd goedkoper is, negeert de risico’s.

Een kapotte batterij kan je meer kosten dan je ooit hebt bespaard.

BOVAG-garantie is daarom geen luxe — het is een noodzaak. De simpele waarheid is deze: elektrisch rijden bespaart geld, mits je het slim aanpakt. Koop gebruikt, laad thuis, check de batterij, en bereid je goed voor op je eerste jaar elektrisch rijden. Dan is het niet alleen goedkoper — het is ook logischer.


Redactie
Redactie
✓ Geverifieerd auteur ✓ Auto kopen
Redactie
Redactie

Meer over Auto kopen

Bekijk alle 180 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Lees verder →